Chromosomentranslocaties: Informatie voor Patiënten en hun Familie

Hierna vindt u informatie over chromosomentranslocaties: hoe worden deze overgeërfd en wanneer zorgt dit voor problemen. Deze informatie is bedoeld ter ondersteuning van gesprekken met een arts.

Wat is een chromosomentranslocatie?

Om chromosomentranslocaties beter te begrijpen, is het nuttig om meer te weten over genen en chromosomen.

Wat zijn genen en chromosomen?

Ons lichaam bestaat uit miljoenen cellen. Praktisch alle cellen bevatten een volledig stel genen, we hebben dan ook duizenden genen. Genen gedragen zich als een een geheel van instructies, ze controleren onze groei en ook hoe ons lichaam werkt. De genen zijn verantwoordelijk voor heel wat van onze kenmerken zoals kleur van de ogen, bloedtype of lichaamslengte.

De genen bevinden zich op draadvormige structuren, die de chromosomen worden genoemd. De meeste van onze cellen hebben elk 46 chromosomen. We erven onze chromosomen van onze ouders, 23 van de moeder en 23 van de vader. We hebben dus 2 stellen van 23 chromosomen, of 23 ‘paren’. Vermits de chromosomen uit genen bestaan, erven we 2 kopieën van de meeste genen, één kopie van elke ouder. Dit is de reden waarom we vaak dezelfde kenmerken hebben als onze ouders. De chromosomen, en dus ook de genen, bestaan uit een chemische substantie die het DNA wordt genoemd.

Afbeelding 1: Genen, Chromosomen en DNA

De chromosomen-paren 1 tot 22 (zie afbeelding 2) zijn dezelfde voor mannen en vrouwen. Het 23ste paar is verschillend bij mannen en vrouwen en vormt de geslachtschromosomen. Er zijn 2 soorten: het X-chromosoom en het Y-chromosoom. Vrouwen hebben 2 X- chromosomen (XX), waarbij ze één Xchromosoom van de moeder erven, en één X-chromosoom van de vader. Mannen hebben een X- en een Y- chromosoom, waarbij ze een X-chromosoom van de moeder erven en een Ychromosoom van de vader. Afbeelding 2 toont de chromosomen van een man, vermits het laatste paar XY-chromosomen zijn.

Afbeelding 2: 23 chromosomen-paren gerangschikt volgens grootte; chromosoom 1 is het grootste. De twee laatste chromosomen zijn geslachtschromosomen.

Het is belangrijk dat we een juiste hoeveelheid chromosomenmateriaal hebben, omdat de genen – die onze lichaamscellen instructies geven – zich op de chromosomen bevinden. Elk stukje chromosoom dat ontbreekt of een extra stukje chromosoom kan bij een kind resulteren in een leerstoornis, ontwikkelingsachterstand en gezondheidsproblemen.

Wat is een translocatie?

Een translocatie betekent dat er een ongewone structuur is van de chromosomen. Dit kan zijn doordat:

  • er een verandering heeft plaatsgevonden bij de eicel- of zaadcelvorming of rond het tijdstip van de bevruchting
  • deze afwijkende structuur werd overgeërfd van de moeder of de vader

Er zijn twee belangrijke groepen van translocaties: een RECIPROKE translocatie en een ROBERTSONIAANSE translocatie.

Reciproke translocaties

Een reciproke translocatie ontstaat wanneer twee stukjes van twee verschillende chromosomen afbreken en van plaats wisselen. Dit kan u zien op afbeelding 3.

Afbeelding 3: het ontstaan van een reciproke translocatie

twee normale chromosomen-paren delen van twee chromosomen breken af....... .....en hechten zich vast aan andere chromosomen

Robertsoniaanse translocatie

Een Robertsoniaanse translocatie ontstaat wanneer een chromosoom zich aan een andere chromosoom vasthecht. Afbeelding 4 toont een Robertsoniaanse translocatie waarbij twee chromosomen betrokken zijn.

Afbeelding 4: het ontstaan van een Robertsoniaanse translocatie

twee paren normale chromosomen Robertsoniaanse translocatie: een chromosoom van één paar hecht zich aan een chromosoom van een ander paar.

Waarom ontstaan translocaties?

Eén persoon op 500 heeft een translocatie en toch weten we niet echt waarom dit gebeurt. We weten wel dat chromosomen relatief vaak afbreken en zich weer hechten wanneer zaad- en eicellen zich vormen of rond het tijdstip van de bevruchting. Slechts in enkele gevallen leidt dit tot problemen. Deze veranderingen gebeuren zonder dat we deze kunnen controleren.

Wanneer stellen er zich problemen?

In de beide voorbeelden in deze folder vindt er een herrangschikking van de chromosomen plaats, maar is er geen chromosomenmateriaal verloren gegaan noch bijgekomen . Dit wordt een gebalanceerde translocatie genoemd.

Een persoon die drager is van een gebalanceerde translocatie ondervindt hier meestal geen hinder van en weet dit zelfs vaak niet. Enkel wanneer hij of zij kinderen wil, kan dit belangrijk worden. Het kind kan namelijk een zogenaamde ongebalanceerde translocatie overerven.

Ongebalanceerde translocaties

Als één van de ouders drager is van een gebalanceerde translocatie, kunnen hun kinderen een ongebalanceerde translocatie overerven, wat betekent dat er een extra stukje chromosoom is en/of een stukje ontbreekt bij een ander chromosoom.

Een kind met een ongebalanceerde translocatie heeft echter vaak ouders met volledig normale chromosomen. Dit wordt een “de novo” (uit het Latijn) genoemd, of een nieuwe herrangschikking. In dit geval is het ook onwaarschijnlijk dat de ouders nog een ander kind zullen hebben met een ongebalanceerde translocatie.

Een kind met een ongebalanceerde translocatie kan een leerstoornis, ontwikkelingsachterstand en gezondheidsproblemen hebben. De ernst van de stoornis hangt af van welke stukjes chromosomen er juist betrokken zijn bij de translocatie, en hoeveel extra chromosomenmateriaal er is of hoeveel er ontbreekt.

Indien één van de ouders een gebalanceerde translocatie heeft, zal hij of zij dit altijd doorgeven?

Niet noodzakelijk, er zijn verschillende mogelijkheden bij elke zwangerschap:

  • Het kind erft volledig normale chromosomen.
  • Het kind erft dezelfde gebalanceerde translocatie als de ouder. In de meeste gevallen zal het kind hier geen hinder van ondervinden.
  • Het kind erft een ongebalanceerde translocatie en wordt mogelijk geboren met een leerstoornis en ontwikkelingsachterstand en kan gezondheidsproblemen hebben.
  • De zwangerschap eindigt in een miskraam.

Een persoon met een gebalanceerde translocatie kan dus zeker gezonde kinderen hebben, en bij velen is dit ook zo. Iemand die drager is van een gebalanceerde translocatie heeft echter wel een hoger dan gemiddeld risico om een kind te hebben met een stoornis. De ernst van deze stoornis is afhankelijk van het type translocatie.

Tests voor chromosomentranslocaties

Via genetische testen kan een persoon te weten komen of hij/zij drager is van een translocatie. Een eenvoudige bloedtest laat toe om de bloedcellen te onderzoeken in een laboratorium en zo naar de structuur van de chromosomen te kijken. Dit wordt een karyogram genoemd. Men kan ook tijdens de zwangerschap een test laten doen om na te gaan of de baby een chromosomentranslocatie heeft. Dit wordt een pre-natale diagnose genoemd. U kan dit bespreken met uw arts (meer informatie over deze testen vindt u in de folders over de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest).

Wat met familieleden?

Wanneer er een translocatie wordt vastgesteld, wenst u dit misschien te bepreken met andere familieleden. Dit biedt deze familieleden de mogelijkheid, indien zij dit wensen, om een test te laten doen en na te gaan of ook zij een translocatie dragen. Dit kan belangrijk zijn voor familieleden die kinderen hebben of wensen in de toekomst. Indien zij geen drager zijn van een translocatie, kunnen zij dit niet doorgeven aan hun kinderen. Indien zijn wel drager zijn, kunnen zij een test laten doen tijdens de zwangerschap om de chromosomen van de baby na te laten gaan.

Sommige mensen vinden het moeilijk om andere familieleden te informeren over de translocatie, uit angst dat de familie zich zorgen zal maken. Soms heeft men ook contact verloren met bepaalde familieleden, en vindt men het moeilijk om dan contact met hen te zoeken. Genetici hebben heel wat ervaring met families in die situaties en kunnen vaak helpen bij de discussies met andere familieleden.

Te onthouden

  • Mensen met een gebalanceerde translocatie zijn meestal gezond. Er kan zich wel een probleem stellen wanneer iemand kinderen wenst.
  • Een translocatie erft men van een ouder of kan ook ontstaan rond het tijdstip van de bevruchting.
  • Een translocatie kan niet worden gecorrigeerd en is dus aanwezig voor het leven.
  • Een translocatie is niet iets dat men zomaar “overdraagt” aan iemand anders. Een drager van een translocatie kan dus zonder problemen bijvoorbeeld bloedgever zijn.
  • Mensen voelen zich vaak schuldig waneer een translocatie in de familie voorkomt. Het is belangrijk om weten dat niemand hier schuld treft en niemand iets heeft gedaan waardoor dit kon gebeuren.

Waar kan ik meer informatie krijgen over chromosomentranslocaties?

Dit is enkel een korte leiddraad over de chromosomentranslocaties. Voor meer informatie:

Erfocentrum

Een Nederlandse website met informatie voor patiënten over alle aspecten omtrent erfelijkheid.
www.erfelijkheid.nl
Tel. +31(0)35 602 7173

Unique – Britse steungroep voor mensen met een zeldzame chromosoomafwijking

Tel. + 44 (0) 1883 330766
Email: info@rarechromo.org
www.rarechromo.org

LUSS

Ligue des Usagers des Services de Santé
www.luss.be
Tel. +32 81 744 428

VPP

Vlaams Patienten Platform vzw
Een onafhankelijke koepelorganisatie van meer dan 82 patiëntenverenigingen uit Vlaanderen die streeft naar een toegankelijke zorg op maat voor de patiënt en zijn omgeving www.vlaamspatientenplatform.be
Tel. +32 16 230 526

BOKS

Belgische organisatie voor kinderen en volwassenen met stofwisselingsziekten
www.boks.be
Tel. +32 3 775 4839

Orphanet

Website met informatie over zeldzame ziekten, klinische proeven, medicijnen en links naar hulpverenigingen in Europa.
www.orpha.net

EuroGentest

Website met informatie over genetische testen en links naar hulpverenigingen in Europa.
www.eurogentest.org

Of de genetische afdeling in jouw lokale ziekenhuis:

Université de Liège – Ulg
www.genetique-hum-ulg.be
Tel. +32(0)4 366 81 45

Universiteit Gent - UG
http://medgen.ugent.be/CMGG/home.php
Tel. +32(0)9 240 36 03

Université Libre de Bruxelles - ULB
www.ulb.ac.be/erasme/fr/services/medicaux/genmed/index.htm
Tel. +32 (0)2 555 31 11

Vrije Universiteit Brussel - VUB
www.az.vub.ac.be/AZlabogids/gbl/genetica.htm
Tel. +32 (0)2 477 60 71

Université Catholique de Louvain - UCL
www.uclouvain.be
Tel. +32 (0)10 47.21.11

Centrum Menselijke Erfelijkheid - KULeuven
http://organigram.kuleuven.be/5/50000622e.htm
Tel. +32 (0)16 345899

Centrum Medische Genetica - Universiteit Antwerpen
http://webh01.ua.ac.be/cmg/home_boven.htm
Tel. +32 (0) 3 820 25 70

Institut de Pathologie et de Génétique - Loverval
www.ipg.be
Tel. +32 (0) 71 44 71 81

Credits

Aangepaste informatie van folders geproduceerd door ‘Guy’s and St Thomas’ Hospital’ en ‘Londen Genetic Knowledge Park’, aangepast volgens hun kwaliteitsnormen.

Januari 2008

Gesteund door EuroGentest, NoE (“Network of Excellence”) contract nr.512148, gesteund door EU-FP6

Not all the leaflets are available in every language.

Select another language:

About EuroGentest
About Us
FAQ
Credits
LinkedIn
Policies
Privacy
Disclaimer
Accessibility
Standards Valid XHTML 1.0 Transitional Valid CSS!
Advertising
European Union
Contact Information
EuroGentest
Center for Human Genetics
University of Leuven
Herestraat 49 Box 602, 3000 Leuven, Belgium
webmastereurogentestorg, Tel: +32 16 340321, More...

Copyright EuroGentest2 Coordination Action 2011 - EU Contract no.: FP7 - HEALTH-F4-2010-261469